Naar taalontwikkelingsstoornissen (TOS) is voor zover bekend geen onderzoek gedaan voor de taal Papiaments. Over transfer vanuit het Papiaments naar de Nederlandse taal is wel informatie beschikbaar. Hieronder zijn de mogelijke problemen uitgewerkt die een spreker van het Papiaments kan ervaren in de Nederlandse taal op het gebied van de fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek.
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer Onderstaande problemen zijn mogelijk het gevolg van transfer en hoeven niet het gevolg te zijn van TOS. Verder zijn er vragen geformuleerd die aan ouders van een Antilliaans kind gesteld kunnen worden als er een vermoeden is van TOS (die staan vlak boven punt 1).
Fonologie Uitspraak Wat betreft de uitspraak van de Nederlandse klanken worden er geen grote problemen verwacht. Het Papiaments kent voornamelijk dezelfde klanken als de Nederlandse taal. Wel worden bepaalde letters op een andere manier uitgesproken. Het is mogelijk dat een spreker van het Papiaments de letter /u/ als een [u] uitspreekt. Ook kan de finale /n/ in een woord als /ng/ uitgesproken worden.
Klemtoon Sprekers van het Papiaments kunnen problemen hebben met de klemtoon in het Nederlands. Terwijl de klemtoon in het Nederlands vrij willekeurig is, zitten er in het Papiaments bepaalde regels aan vast. Hierdoor kan een Antilliaan de klemtoon leggen op de laatste syllabe bij woorden die eindigen op een andere medeklinker dan /l, r, n/, zoals het woord ‘hoedjes’, waarbij de klemtoon op de eerste syllabe hoort te liggen. Bij woorden die wel eindigen op /l, r, n/ kan de klemtoon op de voorlaatste syllabe gelegd worden, zoals het woord ‘wonderen’, waarbij de klemtoon op de eerste syllabe hoort te liggen.
Morfologie VerbuigingenOver het algemeen heeft het Papiaments een vrij eenvoudige morfologie in tegenstelling tot het Nederlands. Dit kan bij een spreker van het Papiaments tot problemen leiden. Bijvoorbeeld bij het vormen van samengestelde zelfstandig naamwoorden. Zoals in het Papiaments, kunnen de sprekers mogelijk een voorzetsel tussen twee zelfstandige naamwoorden zetten in plaats van de zelfstandige naamwoorden samen te voegen. Ook is het mogelijk dat de sprekers de Nederlandse uitgang –en voor meervoud ook gaan toepassen op bijwoorden van plaats. ‘Hier’ kan dan ‘hieren’ worden. In het Papiaments wordt namelijk dezelfde uitgang gebruikt voor zowel meervoud als voor bijwoorden van plaats. VervoegingenIn tegenstelling tot het Papiaments, dienen werkwoorden in het Nederlands vervoegd te worden. Een ander verschil is dat er congruentie dient plaats te vinden tussen persoonsvorm, zelfstandig naamwoord of werkwoord in het Nederlands. Er wordt verwacht dat de vervoegingen met name tot problemen zullen leiden voor sprekers van het Papiaments. Mogelijk laten Antillianen de werkwoorden onvervoegd als gevolg van transfer (en worden dus infinitieven gebruikt).Daarnaast is het niet mogelijk om in het Nederlands overal maar één partikel voor het woordgeslacht te hanteren. De derde persoon enkelvoud wordt in het Nederlands aangeduid als hij, zij of het. Het is mogelijk dat Antillianen het verkeerde persoonlijk voornaamwoord gebruiken, omdat zij niet gewend zijn om het geslacht aan te geven bij de derde persoon enkelvoud. Verder kunnen zij als gevolg van transfer woorden redupliceren om een woord te versterken, zoals ‘goed-goed’. LidwoordenNaar verwachting zullen Antillianen moeite hebben met het onderscheid tussen 'de' en 'het', omdat het Papiaments maar één bepaald lidwoord kent en het Nederlands dus twee bepaalde lidwoorden kent. SyntaxisWoordvolgordeNet als het Nederlands, hanteert het Papiaments de woordvolgorde SVO. Wat betreft de zinsopbouw zal het leren van het Nederlands geen grote problemen opleveren, omdat het Papiaments en het Nederlands dezelfde structuur hanteren. VraagzinnenWel kan het voorkomen dat Antilliaanse sprekers moeite hebben met de inversie van vraagzinnen. De zinsstructuur is in de meeste gevallen in het Nederlands SVO, maar bij vraagzinnen is de structuur over het algemeen VSO. Dit is in het Papiaments niet het geval. PragmatiekNaar verwachting brengt de pragmatiek in het Nederlands geen moeilijkheden met zich mee. Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Papiaments is nodig om de specifieke elementen van TOS in kaart te brengen van deze taal. Om deze reden kunnen er alleen vragen met betrekking tot algemene TOS-elementen geformuleerd worden. Onderstaande vragen kan men op weg helpen als er een vermoeden is van TOS bij een Antilliaans kind in het Papiaments:
Heeft het kind moeite met meervoudsvormen?
Laat het kind partikels weg?
Laat het kind lidwoorden weg?
Onderzoek in de moedertaal
Het is mogelijk met behulp van de app Speakaboo onderzoek te doen naar de articulatorische ontwikkeling van kinderen die Papiaments spreken (2 tot 6 jaar). Zie informatie over dit diagnostisch instrument op de pagina Diagnostische materialen. Voor het gebruik van deze app heeft de logopedist of linguïst geen kennis van het Papiaments nodig.
1. Algemene informatie over het Papiaments
De taal Papiamentu wordt gesproken op de Antillen en dan met name op de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao, ook wel de ABC-eilanden en benedenwindse eilanden genoemd. Alleen op deze eilanden is Papiaments de moedertaal. Op de bovenwindse eilanden (Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba) wordt Papiaments wel gesproken, maar Engels wordt hier als hoofdtaal gebruikt. Op Bonaire en Curaçao wordt door de bevolking voornamelijk Papiaments en Nederlands gesproken en op Aruba wordt naast het Papiaments veel Engels gesproken. Wat betreft de voertaal op deze eilanden is vanaf de jaren '50 veel veranderd. Er waren voorstanders voor het Papiaments als hoofdtaal en voorstanders voor het Nederlands als hoofdtaal. De voertaal in het onderwijs is om die reden dan ook meerdere malen veranderd. Sinds het begin van deze eeuw zijn Nederlands, Papiaments en Engels de officiële talen op de ABC-eilanden en wordt binnen (bijna al) het onderwijs en de overheid de Nederlandse taal gevoerd. Schriftsysteem Het Papiaments is in de 17e eeuw ontstaan en is een mengeling van meerdere talen, ook wel creooltaal genoemd. Welke taal de meeste invloed heeft gehad op het ontstaan van het Papiaments is door taalkundigen nog niet vastgesteld, maar hoogstwaarschijnlijk is dit het Portugees geweest met daarnaast het Spaans, Engels en Nederlands. Binnen het Papiaments bestaan er verschillende dialecten en schrijfwijzen. Het Papiaments op Curaçao en Bonaire wordt Papiamentu genoemd en de gesproken taal wordt fonetisch/fonologisch gespeld. De Arubanen maken gebruik van de taal Papiamento en hier wordt de gesproken taal etymologisch gespeld, net zoals de Nederlandse orthografie. De grote verschillen tussen het Papiamento en Papiamentu zijn de orthografie en de klanken /o/ en /u/ op de finale positie van een woord. De twee talen kennen echter geen grote grammaticale verschillen. Op deze Wikipagina wordt naar beide varianten verwezen met de term Papiaments omdat de nadruk toch ligt op mondelinge vaardigheden. Daarin verschillen de talen nagenoeg niet van elkaar.
2. Specifieke informatie over het Papiaments
FonologieUitspraakHet Papiaments heeft dezelfde tekens als het Latijnse alfabet, maar kent nog een aantal extra tekens, namelijk: ñ, ç, é, ó, ò, ü, ù. Het verschil met deze tekens betreft alleen de uitspraak. De /ñ/ is vaak op de mediale positie van een woord geplaatst en wordt palataal uitgesproken, zoals in het Spaanse woord mañana. De finale /n/ wordt nasaal uitgesproken, waardoor het klinkt als de Nederlandse /ng/. De letter /u/ wordt uitsproken als [u] en wanneer er een trema wordt geplaatst (/ü/), wordt het uitgesproken als een lange /y/. Ook wanneer er een accent op de vocalen staat (é, ó, ò, ù) wordt de klank lang uitgesproken, in tegenstelling tot de vocalen zonder accent. KlemtoonDe klemtoon in het Papiaments volgt ongeveer dezelfde wijze als de klemtoon in het Spaans. Dit houdt in dat de klemtoon gelegd wordt op de voorlaatste syllabe bij woorden die eindigen op een klinker of /l,r,n/. De klemtoon wordt op de laatste syllabe gelegd als het woord eindigt op een andere medeklinker of een diftong. Bij uitzonderingen wordt er een accent op de syllabe geschreven, dat aangeeft waar de klemtoon gelegd moet worden. MorfologieVerbuigingen Om meervouden aan te duiden wordt het morfeem –nan achter het zelfstandig naamwoord geplaatst. Echter, hier zijn verschillende regels voor als er twee zelfstandig naamwoorden in de zin voorkomen. In de meeste gevallen hoort ‘nan’ achter het eerste zelfstandig naamwoord geplaatst te worden, maar als de twee zelfstandig naamwoorden betrekking tot elkaar hebben, dient het achter het laatste geplaatst te worden.
Het Papiaments maakt gebruikt van een voorzetsel om twee zelfstandig naamwoorden aan elkaar te koppelen. Het eerste zelfstandig naamwoord geeft de kern van de woordgroep weer, het tweede zelfstandig naamwoord is de woordgroep en het voorzetsel ertussen geeft een specificatie van wat het eerste zelfstandig naamwoord aanduidt. In het Papiaments spreekt men bijvoorbeeld van bapor di turista en in het Nederlands is het toeristenschepen. Het partikel ‘nan’ die bij meervoud wordt gebruikt, wordt eveneens gebruikt bij bijwoorden van plaats. Een voorbeeld hiervan is ‘akí’ (hier) en ‘akinan’ (hier in de buurt). Vervoegingen Het Papiaments kent geen werkwoordsvervoegingen. Er vindt in het Papiaments geen congruentie plaats tussen persoonsvorm, zelfstandig naamwoord of werkwoord. De taal gebruikt bepaalde partikels om aan te geven voor wie, wat en wanneer het is bedoeld. In het Papiaments wordt bij de derde persoon enkelvoud altijd ‘e’ gebruikt, waardoor het nog niet duidelijk is om welk geslacht het gaat. Dit wordt opgelost door aan het woord homber of muhé te koppelen. Een voorbeeld hiervan is ruman (broer/zus), ruman-hombre (broer) en ruman-muhé (zus). Ook vindt er in het Papiaments reduplicatie plaats van een woord om een versterking aan de boodschap te geven, zoals bijvoorbeeld bon-bon. In dit geval betekent het niet goed, maar uitstekend. Lidwoorden Het Papiaments maakt gebruik van twee lidwoorden die voor het zelfstandig naamwoord geplaatst worden, namelijk ‘e’ en ‘un’, waarvan ‘e’ het bepaalde lidwoord is en ‘un’ het onbepaalde lidwoord. De keuze voor een onbepaald of bepaald lidwoord is afhankelijk van het feit of de gesprekspartners er eerder over hebben gesproken of dat de spreker verwacht dat de ander kennis van het onderwerp heeft. In die gevallen wordt het bepaald lidwoord ‘e’ voor het zelfstandig naamwoord geplaatst. Syntaxis Woordvolgorde De woordvolgorde van het Papiaments is net als het Nederlands opgebouwd uit de subject-werkwoord-object structuur.
Vraagzinnen In het Papiaments wordt eveneens bij vragende zinnen deze structuur in de meeste gevallen gehandhaafd, op een enkele uitzondering na. Alleen de intonatie laat in dergelijke zinnen merken dat het een vragende zin betreft.
PragmatiekIn het Papiaments kan de betekenis van een zin snel anders worden geïnterpreteerd, omdat het niet aan de zinsopbouw of vervoegingen af te lezen is. Het gebruik van de juiste intonatie, klemtoon en toevoegingen van bepaalde partikels speelt een grote rol in de betekenis. Naast deze verschillen, zijn er zover bekend geen andere pragmatische verschillen die problemen kunnen geven in de communicatie.
3. Verwervingsvolgorde van bovenstaande domeinen
De kindertaalverwerving van Nederlandse kinderen die in Nederland wonen verloopt doorgaans zeer gestructureerd. Wat betreft de taalontwikkeling van kleuters in het Papiaments ligt dit wellicht gecompliceerder, omdat deze kinderen (bijna altijd) meertalig worden opgevoed. Met name op Curaçao spreken kinderen thuis Papiamentu en leren ze op school Nederlands. Narain (1995) heeft onderzocht hoe de ontwikkeling van het Papiamentu en het Nederlands bij jonge kinderen in de kleutertijd verloopt, zowel op Curaçao als in Nederland. Conclusies uit haar onderzoek zijn o.a. dat de ontwikkeling van het Nederlands op Curaçao niet parallel verloopt aan de ontwikkeling van het Papiamentu. Tijdens de kleuterperiode hebben kinderen al wel een basale receptieve kennis van het Nederlands, maar de productieve ontwikkeling loopt nog erg achter. De productie van Papiamentu is al wel verder gevorderd. Tijdens de kleuterperiode op school ontwikkelen de onderdelen klankmanipulatie, cognitieve begrippen en receptieve woordenschat zich sterker dan productieve woordenschat, zinsimitatie en tekstbegrip. Deze vaardigheden worden met name in de moedertaal sterk ontwikkeld. Wat betreft de woordenschat ontwikkeling laten de kinderen in het onderzoek een trage ontwikkeling zien in de productie, zowel in het Papiamentu als in het Nederlands. Hoewel de receptieve vaardigheden sneller en beter zijn ontwikkeld in het Papiamentu. Over het algemeen laat het onderzoek zien dat de kleuters op Curaçao tijdens de kleuterperiode beter presteren op de deelvaardigheden in de moedertaal dan in het Nederlands. Een interessant keerpunt in de ontwikkeling is wanneer Papiamentutalige kinderen de kleuterperiode in Nederland doorlopen. Bij de start op de basisschool is er een redelijk gebalanceerd niveau van tweetaligheid, maar tijdens de eerste twee jaar op de basisschool blijkt het Nederlands zich veel sneller te ontwikkelen dan het Papiamentu. Aan het eind van de kleuterperiode in Nederland scoren de kinderen op alle linguïstische vlakken hoger op de Nederlandse taal dan het Papiamentu, in tegenstelling tot de kleuters op Curaçao.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Papiaments
Er zijn geen publicaties bekend die taalontwikkelingsstoornissen hebben onderzocht in het Papiaments. Eenieder die hier meer over weet, wordt uitgenodigd om contact op te nemen met de hoofdauteur van deze Wiki voor een eventuele toevoeging.
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Over het algemeen kan gesteld worden dat het Papiaments een simplistisch opgebouwd grammatica systeem heeft ten opzichte van het Nederlands. De taal kent geen naamwoordverbuigingen of werkwoordsvervoegingen. Daarnaast vindt er geen congruentie plaats tussen persoonsvorm, zelfstandig naamwoord of werkwoord. Met behulp van intonatie, klemtoon en aanduidende partikels is duidelijk wat precies de betekenis van de zin is. Een moedertaalspreker van het Papiaments moet rekening houden dat in de Nederlandse taal de positie van bepaalde constituenten ten opzichte van het werkwoord minder belangrijk zijn dan de vervoegingen van de werkwoorden. Dit is zeer verschillend met het Papiaments, waar de vorm van een werkwoord geen indicatie geeft tussen zinsdelen. Daarnaast dient een NT2-leerder te beseffen dat in het Nederlands in de meeste gevallen inversie plaatsvindt bij vraagzinnen, anders dan in het Papiaments. De taalverwerving van het Nederlands en Papiaments in de kleuterperiode is sterk afhankelijk in welk land het kind woont. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die de kleuterperiode op Curaçao doorlopen, sterker op linguïstische vlakken presteren in de moedertaal dan in het Nederlands. Wanneer kinderen de kleuterperiode in Nederland doorlopen, ligt dit precies andersom. Tot slot is het lastig te voorspellen welke en hoeveel fouten Papiamentstalige kinderen zullen maken, omdat dit van verschillende factoren afhankelijk is, zoals in elk geval hoeveel aanbod er in het Nederlands is geweest. Om de taalvaardigheden van een kind in de moedertaal en in het Nederlands in kaart te brengen, wordt verwezen naar de ‘toets tweetaligheid’ (Verhoeven et al., 1995) die een Nederlandse en Papiamentse versie bevat. De toets is inmiddels helaas niet meer verkrijgbaar vanwege het verlopen van de normering. Literatuurverwijzingen
Dijkhof, M.B. (1993). Papiamentu Word Formation. A Case Study of Complex Nouns and their Relation to Phrases and Clauses. Dissertation University of Amsterdam.
Kouwenberg, S., & Murray, E. (1994). Papiamentu. München, Newcastle: Lincom Europa.
Muller, E.,A.,F. (1989) Inleiding tot de syntaxis van het Papiamentu. Academisch proefschrift, Universiteit van Amsterdam.
Narain, G. (1995). Taaltalent in ontwikkeling: een studie naar het Papiamentu en het Nederlands in de kleuterperiode op Curaçao en in Nederland. Tilburg: Tilburg University Press.
Verhoeven, L., & S. Strömqvist (2001). Narrative Development in a Multilingual Context. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins.
Table of Contents
Naar taalontwikkelingsstoornissen (TOS) is voor zover bekend geen onderzoek gedaan voor de taal Papiaments. Over transfer vanuit het Papiaments naar de Nederlandse taal is wel informatie beschikbaar. Hieronder zijn de mogelijke problemen uitgewerkt die een spreker van het Papiaments kan ervaren in de Nederlandse taal op het gebied van de fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek.
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Onderstaande problemen zijn mogelijk het gevolg van transfer en hoeven niet het gevolg te zijn van TOS. Verder zijn er vragen geformuleerd die aan ouders van een Antilliaans kind gesteld kunnen worden als er een vermoeden is van TOS (die staan vlak boven punt 1).
Fonologie
Uitspraak
Wat betreft de uitspraak van de Nederlandse klanken worden er geen grote problemen verwacht. Het Papiaments kent voornamelijk dezelfde klanken als de Nederlandse taal. Wel worden bepaalde letters op een andere manier uitgesproken. Het is mogelijk dat een spreker van het Papiaments de letter /u/ als een [u] uitspreekt. Ook kan de finale /n/ in een woord als /ng/ uitgesproken worden.
Klemtoon
Sprekers van het Papiaments kunnen problemen hebben met de klemtoon in het Nederlands. Terwijl de klemtoon in het Nederlands vrij willekeurig is, zitten er in het Papiaments bepaalde regels aan vast. Hierdoor kan een Antilliaan de klemtoon leggen op de laatste syllabe bij woorden die eindigen op een andere medeklinker dan /l, r, n/, zoals het woord ‘hoedjes’, waarbij de klemtoon op de eerste syllabe hoort te liggen. Bij woorden die wel eindigen op /l, r, n/ kan de klemtoon op de voorlaatste syllabe gelegd worden, zoals het woord ‘wonderen’, waarbij de klemtoon op de eerste syllabe hoort te liggen.
Morfologie
VerbuigingenOver het algemeen heeft het Papiaments een vrij eenvoudige morfologie in tegenstelling tot het Nederlands. Dit kan bij een spreker van het Papiaments tot problemen leiden. Bijvoorbeeld bij het vormen van samengestelde zelfstandig naamwoorden. Zoals in het Papiaments, kunnen de sprekers mogelijk een voorzetsel tussen twee zelfstandige naamwoorden zetten in plaats van de zelfstandige naamwoorden samen te voegen. Ook is het mogelijk dat de sprekers de Nederlandse uitgang –en voor meervoud ook gaan toepassen op bijwoorden van plaats. ‘Hier’ kan dan ‘hieren’ worden. In het Papiaments wordt namelijk dezelfde uitgang gebruikt voor zowel meervoud als voor bijwoorden van plaats.
VervoegingenIn tegenstelling tot het Papiaments, dienen werkwoorden in het Nederlands vervoegd te worden. Een ander verschil is dat er congruentie dient plaats te vinden tussen persoonsvorm, zelfstandig naamwoord of werkwoord in het Nederlands. Er wordt verwacht dat de vervoegingen met name tot problemen zullen leiden voor sprekers van het Papiaments. Mogelijk laten Antillianen de werkwoorden onvervoegd als gevolg van transfer (en worden dus infinitieven gebruikt).Daarnaast is het niet mogelijk om in het Nederlands overal maar één partikel voor het woordgeslacht te hanteren. De derde persoon enkelvoud wordt in het Nederlands aangeduid als hij, zij of het. Het is mogelijk dat Antillianen het verkeerde persoonlijk voornaamwoord gebruiken, omdat zij niet gewend zijn om het geslacht aan te geven bij de derde persoon enkelvoud. Verder kunnen zij als gevolg van transfer woorden redupliceren om een woord te versterken, zoals ‘goed-goed’.
LidwoordenNaar verwachting zullen Antillianen moeite hebben met het onderscheid tussen 'de' en 'het', omdat het Papiaments maar één bepaald lidwoord kent en het Nederlands dus twee bepaalde lidwoorden kent.
SyntaxisWoordvolgordeNet als het Nederlands, hanteert het Papiaments de woordvolgorde SVO. Wat betreft de zinsopbouw zal het leren van het Nederlands geen grote problemen opleveren, omdat het Papiaments en het Nederlands dezelfde structuur hanteren.
VraagzinnenWel kan het voorkomen dat Antilliaanse sprekers moeite hebben met de inversie van vraagzinnen. De zinsstructuur is in de meeste gevallen in het Nederlands SVO, maar bij vraagzinnen is de structuur over het algemeen VSO. Dit is in het Papiaments niet het geval.
PragmatiekNaar verwachting brengt de pragmatiek in het Nederlands geen moeilijkheden met zich mee.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Papiaments is nodig om de specifieke elementen van TOS in kaart te brengen van deze taal. Om deze reden kunnen er alleen vragen met betrekking tot algemene TOS-elementen geformuleerd worden. Onderstaande vragen kan men op weg helpen als er een vermoeden is van TOS bij een Antilliaans kind in het Papiaments:
Onderzoek in de moedertaal
Het is mogelijk met behulp van de app Speakaboo onderzoek te doen naar de articulatorische ontwikkeling van kinderen die Papiaments spreken (2 tot 6 jaar). Zie informatie over dit diagnostisch instrument op de pagina Diagnostische materialen. Voor het gebruik van deze app heeft de logopedist of linguïst geen kennis van het Papiaments nodig.
1. Algemene informatie over het Papiaments
De taal Papiamentu wordt gesproken op de Antillen en dan met name op de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao, ook wel de ABC-eilanden en benedenwindse eilanden genoemd. Alleen op deze eilanden is Papiaments de moedertaal. Op de bovenwindse eilanden (Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba) wordt Papiaments wel gesproken, maar Engels wordt hier als hoofdtaal gebruikt. Op Bonaire en Curaçao wordt door de bevolking voornamelijk Papiaments en Nederlands gesproken en op Aruba wordt naast het Papiaments veel Engels gesproken. Wat betreft de voertaal op deze eilanden is vanaf de jaren '50 veel veranderd. Er waren voorstanders voor het Papiaments als hoofdtaal en voorstanders voor het Nederlands als hoofdtaal. De voertaal in het onderwijs is om die reden dan ook meerdere malen veranderd. Sinds het begin van deze eeuw zijn Nederlands, Papiaments en Engels de officiële talen op de ABC-eilanden en wordt binnen (bijna al) het onderwijs en de overheid de Nederlandse taal gevoerd.
Schriftsysteem
Het Papiaments is in de 17e eeuw ontstaan en is een mengeling van meerdere talen, ook wel creooltaal genoemd. Welke taal de meeste invloed heeft gehad op het ontstaan van het Papiaments is door taalkundigen nog niet vastgesteld, maar hoogstwaarschijnlijk is dit het Portugees geweest met daarnaast het Spaans, Engels en Nederlands. Binnen het Papiaments bestaan er verschillende dialecten en schrijfwijzen. Het Papiaments op Curaçao en Bonaire wordt Papiamentu genoemd en de gesproken taal wordt fonetisch/fonologisch gespeld. De Arubanen maken gebruik van de taal Papiamento en hier wordt de gesproken taal etymologisch gespeld, net zoals de Nederlandse orthografie. De grote verschillen tussen het Papiamento en Papiamentu zijn de orthografie en de klanken /o/ en /u/ op de finale positie van een woord. De twee talen kennen echter geen grote grammaticale verschillen. Op deze Wikipagina wordt naar beide varianten verwezen met de term Papiaments omdat de nadruk toch ligt op mondelinge vaardigheden. Daarin verschillen de talen nagenoeg niet van elkaar.
2. Specifieke informatie over het Papiaments
FonologieUitspraakHet Papiaments heeft dezelfde tekens als het Latijnse alfabet, maar kent nog een aantal extra tekens, namelijk: ñ, ç, é, ó, ò, ü, ù. Het verschil met deze tekens betreft alleen de uitspraak. De /ñ/ is vaak op de mediale positie van een woord geplaatst en wordt palataal uitgesproken, zoals in het Spaanse woord mañana. De finale /n/ wordt nasaal uitgesproken, waardoor het klinkt als de Nederlandse /ng/. De letter /u/ wordt uitsproken als [u] en wanneer er een trema wordt geplaatst (/ü/), wordt het uitgesproken als een lange /y/. Ook wanneer er een accent op de vocalen staat (é, ó, ò, ù) wordt de klank lang uitgesproken, in tegenstelling tot de vocalen zonder accent.
KlemtoonDe klemtoon in het Papiaments volgt ongeveer dezelfde wijze als de klemtoon in het Spaans. Dit houdt in dat de klemtoon gelegd wordt op de voorlaatste syllabe bij woorden die eindigen op een klinker of /l,r,n/. De klemtoon wordt op de laatste syllabe gelegd als het woord eindigt op een andere medeklinker of een diftong. Bij uitzonderingen wordt er een accent op de syllabe geschreven, dat aangeeft waar de klemtoon gelegd moet worden.
MorfologieVerbuigingen
Om meervouden aan te duiden wordt het morfeem –nan achter het zelfstandig naamwoord geplaatst. Echter, hier zijn verschillende regels voor als er twee zelfstandig naamwoorden in de zin voorkomen. In de meeste gevallen hoort ‘nan’ achter het eerste zelfstandig naamwoord geplaatst te worden, maar als de twee zelfstandig naamwoorden betrekking tot elkaar hebben, dient het achter het laatste geplaatst te worden.
Het Papiaments maakt gebruikt van een voorzetsel om twee zelfstandig naamwoorden aan elkaar te koppelen. Het eerste zelfstandig naamwoord geeft de kern van de woordgroep weer, het tweede zelfstandig naamwoord is de woordgroep en het voorzetsel ertussen geeft een specificatie van wat het eerste zelfstandig naamwoord aanduidt. In het Papiaments spreekt men bijvoorbeeld van bapor di turista en in het Nederlands is het toeristenschepen. Het partikel ‘nan’ die bij meervoud wordt gebruikt, wordt eveneens gebruikt bij bijwoorden van plaats. Een voorbeeld hiervan is ‘akí’ (hier) en ‘akinan’ (hier in de buurt).
Vervoegingen
Het Papiaments kent geen werkwoordsvervoegingen. Er vindt in het Papiaments geen congruentie plaats tussen persoonsvorm, zelfstandig naamwoord of werkwoord. De taal gebruikt bepaalde partikels om aan te geven voor wie, wat en wanneer het is bedoeld. In het Papiaments wordt bij de derde persoon enkelvoud altijd ‘e’ gebruikt, waardoor het nog niet duidelijk is om welk geslacht het gaat. Dit wordt opgelost door aan het woord homber of muhé te koppelen. Een voorbeeld hiervan is ruman (broer/zus), ruman-hombre (broer) en ruman-muhé (zus). Ook vindt er in het Papiaments reduplicatie plaats van een woord om een versterking aan de boodschap te geven, zoals bijvoorbeeld bon-bon. In dit geval betekent het niet goed, maar uitstekend.
Lidwoorden
Het Papiaments maakt gebruik van twee lidwoorden die voor het zelfstandig naamwoord geplaatst worden, namelijk ‘e’ en ‘un’, waarvan ‘e’ het bepaalde lidwoord is en ‘un’ het onbepaalde lidwoord. De keuze voor een onbepaald of bepaald lidwoord is afhankelijk van het feit of de gesprekspartners er eerder over hebben gesproken of dat de spreker verwacht dat de ander kennis van het onderwerp heeft. In die gevallen wordt het bepaald lidwoord ‘e’ voor het zelfstandig naamwoord geplaatst.
Syntaxis
Woordvolgorde
De woordvolgorde van het Papiaments is net als het Nederlands opgebouwd uit de subject-werkwoord-object structuur.
Vraagzinnen
In het Papiaments wordt eveneens bij vragende zinnen deze structuur in de meeste gevallen gehandhaafd, op een enkele uitzondering na. Alleen de intonatie laat in dergelijke zinnen merken dat het een vragende zin betreft.
PragmatiekIn het Papiaments kan de betekenis van een zin snel anders worden geïnterpreteerd, omdat het niet aan de zinsopbouw of vervoegingen af te lezen is. Het gebruik van de juiste intonatie, klemtoon en toevoegingen van bepaalde partikels speelt een grote rol in de betekenis. Naast deze verschillen, zijn er zover bekend geen andere pragmatische verschillen die problemen kunnen geven in de communicatie.
3. Verwervingsvolgorde van bovenstaande domeinen
De kindertaalverwerving van Nederlandse kinderen die in Nederland wonen verloopt doorgaans zeer gestructureerd. Wat betreft de taalontwikkeling van kleuters in het Papiaments ligt dit wellicht gecompliceerder, omdat deze kinderen (bijna altijd) meertalig worden opgevoed. Met name op Curaçao spreken kinderen thuis Papiamentu en leren ze op school Nederlands. Narain (1995) heeft onderzocht hoe de ontwikkeling van het Papiamentu en het Nederlands bij jonge kinderen in de kleutertijd verloopt, zowel op Curaçao als in Nederland. Conclusies uit haar onderzoek zijn o.a. dat de ontwikkeling van het Nederlands op Curaçao niet parallel verloopt aan de ontwikkeling van het Papiamentu. Tijdens de kleuterperiode hebben kinderen al wel een basale receptieve kennis van het Nederlands, maar de productieve ontwikkeling loopt nog erg achter. De productie van Papiamentu is al wel verder gevorderd. Tijdens de kleuterperiode op school ontwikkelen de onderdelen klankmanipulatie, cognitieve begrippen en receptieve woordenschat zich sterker dan productieve woordenschat, zinsimitatie en tekstbegrip. Deze vaardigheden worden met name in de moedertaal sterk ontwikkeld. Wat betreft de woordenschat ontwikkeling laten de kinderen in het onderzoek een trage ontwikkeling zien in de productie, zowel in het Papiamentu als in het Nederlands. Hoewel de receptieve vaardigheden sneller en beter zijn ontwikkeld in het Papiamentu. Over het algemeen laat het onderzoek zien dat de kleuters op Curaçao tijdens de kleuterperiode beter presteren op de deelvaardigheden in de moedertaal dan in het Nederlands. Een interessant keerpunt in de ontwikkeling is wanneer Papiamentutalige kinderen de kleuterperiode in Nederland doorlopen. Bij de start op de basisschool is er een redelijk gebalanceerd niveau van tweetaligheid, maar tijdens de eerste twee jaar op de basisschool blijkt het Nederlands zich veel sneller te ontwikkelen dan het Papiamentu. Aan het eind van de kleuterperiode in Nederland scoren de kinderen op alle linguïstische vlakken hoger op de Nederlandse taal dan het Papiamentu, in tegenstelling tot de kleuters op Curaçao.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Papiaments
Er zijn geen publicaties bekend die taalontwikkelingsstoornissen hebben onderzocht in het Papiaments. Eenieder die hier meer over weet, wordt uitgenodigd om contact op te nemen met de hoofdauteur van deze Wiki voor een eventuele toevoeging.
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Over het algemeen kan gesteld worden dat het Papiaments een simplistisch opgebouwd grammatica systeem heeft ten opzichte van het Nederlands. De taal kent geen naamwoordverbuigingen of werkwoordsvervoegingen. Daarnaast vindt er geen congruentie plaats tussen persoonsvorm, zelfstandig naamwoord of werkwoord. Met behulp van intonatie, klemtoon en aanduidende partikels is duidelijk wat precies de betekenis van de zin is. Een moedertaalspreker van het Papiaments moet rekening houden dat in de Nederlandse taal de positie van bepaalde constituenten ten opzichte van het werkwoord minder belangrijk zijn dan de vervoegingen van de werkwoorden. Dit is zeer verschillend met het Papiaments, waar de vorm van een werkwoord geen indicatie geeft tussen zinsdelen. Daarnaast dient een NT2-leerder te beseffen dat in het Nederlands in de meeste gevallen inversie plaatsvindt bij vraagzinnen, anders dan in het Papiaments. De taalverwerving van het Nederlands en Papiaments in de kleuterperiode is sterk afhankelijk in welk land het kind woont. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die de kleuterperiode op Curaçao doorlopen, sterker op linguïstische vlakken presteren in de moedertaal dan in het Nederlands. Wanneer kinderen de kleuterperiode in Nederland doorlopen, ligt dit precies andersom. Tot slot is het lastig te voorspellen welke en hoeveel fouten Papiamentstalige kinderen zullen maken, omdat dit van verschillende factoren afhankelijk is, zoals in elk geval hoeveel aanbod er in het Nederlands is geweest. Om de taalvaardigheden van een kind in de moedertaal en in het Nederlands in kaart te brengen, wordt verwezen naar de ‘toets tweetaligheid’ (Verhoeven et al., 1995) die een Nederlandse en Papiamentse versie bevat. De toets is inmiddels helaas niet meer verkrijgbaar vanwege het verlopen van de normering.Literatuurverwijzingen
Dijkhof, M.B. (1993). Papiamentu Word Formation. A Case Study of Complex Nouns and their Relation to Phrases and Clauses. Dissertation University of Amsterdam.
Kouwenberg, S., & Murray, E. (1994). Papiamentu. München, Newcastle: Lincom Europa.
Muller, E.,A.,F. (1989) Inleiding tot de syntaxis van het Papiamentu. Academisch proefschrift, Universiteit van Amsterdam.
Narain, G. (1995). Taaltalent in ontwikkeling: een studie naar het Papiamentu en het Nederlands in de kleuterperiode op Curaçao en in Nederland. Tilburg: Tilburg University Press.
Verhoeven, L., & S. Strömqvist (2001). Narrative Development in a Multilingual Context. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins.